Evolutie van de hond

Ongeveer 200 miljoen jaar geleden moeten de zoogdieren zich hebben ontwikkeld. Tussen 54 en 38 miljoen jaar geleden ontstond een unieke tak van vleeseters, de carnivoren. Ze onderscheiden zich van andere vleeseters door de vier dolkachtige hoektanden. Veel andere roofdieren eten vlees, maar alleen carnivoren hebben een gebit dat oorspronkelijk bestemd was voor verbrijzelen en kauwen, maar later een snijfunctie kreeg. De evolutie van de hond is af te lezen aan de fossiele overblijfselen van tanden en kiezen van zijn uitgestorven voorouders.

Migratie van de voorouders van de hond.

Terwijl de eerste voorouders van de huidige carnivoren, de Amphycion, zich in Noord Amerika ontwikkelden, vond een soortgelijke ontwikkeling in Eurazië plaats. Deze groep carnivoren domineerden miljoenen jaren lang Eurazië en werden ooit als voorouder van de hond beschouwd, maar de Amphycion stierf waarschijnlijk uit. Daardoor kon de Hesperocyon zich tot voorouder ontwikkelen. Uit dit geslacht ontstond 10 miljoen jaar geleden een hondachtige die via de landbrug in de Beringstraat richting Azië, Europa en Afrika trok. De volgende 8 miljoen jaar bezette hij heel Eurazië, waar hij zich ontwikkelde tot de verschillende voorouders van de honden van nu. Na deze evolutie keerden verschillende nieuwe soorten terug naar Noord Amerika

De kenmerken van de huishond.

De huishond, die direct verwant is aan de wolf, is indirect verwant aan talloze andere vleeseters. Tot ongeveer 20 tot 10 miljoen jaar geleden waren beren en honden direct aan elkaar verwant. Toen ze zich opsplitsten ontstonden de moderne hondachtigen zoals de wolf, met een lange schedel, tamelijk stijve, maar stevige gespierde achterbenen en lichte voorbenen die alleen met pezen aan de romp zijn gehecht. Ze hadden een prima isolerende vacht, compacte voeten, grote tanden om de prooi te grijpen, vast te houden en te verscheuren, een enorme hersencapaciteit en een uitstekend gehoor en reuk, zoals uit de schedelbouw blijkt.

De voorouders van de hond ontstonden als reactie op veranderingen in het klimaat en nieuwe kansen om aan de kost te komen. Verre verwanten jaagden ieder voor zich. Toen 2 miljoen jaar geleden tropisch oerwoud in beboste savannes veranderden in open savannes en boomloze steppes, kwam het groepsgedrag van herbivoren tot bloei. De voorouders van de hond bezaten al een sociale structuur of onderhielden relaties om in roedels te kunnen jagen. Zo konden ze grote prooien neerhalen en doden. De vaardigheid van de hond om sociale relaties aan te gaan vormt de basis voor een succes als soort.

Creodonten
De creodonten waren een groep kleine, vleesetende dieren.
Voorouders van de hond
100 -50 Miljoen jaar geleden

Miacis

Fossiele tanden van Miacis  tonen aan dat deze vleeseter in het Eocoon leefde. Deze kleine dieren hadden spreidvoeten,waarschijnlijk leefden ze in bomen.

Hesperocyon

Waarschijnlijk de eerste echte voorvader van de hondachtigen. Ontwikkelde zich in Noord-Amerika, tussen 38 en 26 miljoen jaar geleden. De oudste dieren die anatomisch  over een inwendig oor beschikken dat kenmerkend is voor hondachtigen.

Cynodictis

In verschillende werelddelen ontwikkelden zich vleesetende zoogdieren onafhankelijk van elkaar. Cynodictis’ waren succes-volle vleeseters die behoorden tot de familie van Amphicyon.

Tomarctus

In het Mioceen, tussen 26 en 7 miljoen jaar geleden, bestonden al 42 verschillende geslachten hondachtige dieren. Tomarctus had al iets van de anatomie van het gebit van de moderne hond.

Moderne hondachtigen.

Tegen het eind van het Plioceen en begin van het Pleistoceen, twee miljoen jaar geleden, had de basis voor alle moderne carnivoren zich ontwikkeld. De 40 geslachten van hondachtigen waren geslonken tot het tiental van nu. De grootste daarvan, Canis, omvat wolven, jakhalzen, de coyote en de honden