Communiceren

Katten communiceren subtiel met andere katten maar minder met ons. Sociale relaties zijn niet zo belangrijk voor ze, nuances in de gelaatsuitdrukking en lichaamstaal zijn dan ook nauwelijks merkbaar. De glimlach van een mens of het kwispelen van een hond hebben geen echt equivalent bij de kat.

De methoden waarmee een kat informatie uitwisselt zijn heel geraffineerd. Daar vallen de stem, aanraking, geur en zichtbare markeringen onder. Wij, die vooral communiceren door te spreken, begrijpen vaak niet wat er met dat krabben aan de bank of de niet-begraven ontlasting wordt bedoeld.


Onze katten begroeten ons, bedelen om voer, klagen en protesteren met hun stem en door ervaring weten wij wat ze bedoelen. Eik ras gebruikt zijn stem weer anders: sommige tsjirpen, sommige maken bijna geen geluid en de Oosterse rassen zijn beruchte lawaaimakers. Over het algemeen zijn er 3 geluidstypes te onderscheiden, gemurmel, klinkers en geluid van hoge intensiteit.

Bij gemurmel hoort spinnen en het opgewekte geluidje bij de begroeting. Waar het gespin vandaan komt blijft een mysterie, maar het betekent niet altijd dat de kat gelukkig is. Ook gestreste of getraumatiseerde katten kunnen spinnen, een bekend verschijnsel voor dierenartsen die een gewonde kat behandelen. Bij tsjirpen zijn, net als bij spinnen, geen klinkers betrokken. Het klinkt als prr en betekent dat de kat blij is. Klinkers, het klassieke miauwen, variëren met wat wordt bedoeld te zeggen. Huiskatten praten met miauwen omdat wij hun kittentijd hebben voortgezet. Vragen, eisen, klagen en verbazing kennen subtiele variaties die goed te begrijpen zijn voor de eigenaars.

Hoge doordringende geluiden horen bij de natuurlijke taal van de volwassen kat en worden meestal gereserveerd voor communicatie met andere katten. Door de stand van de bek te veranderen ontstaan er verschillende geluiden zoals grommen, dreigend grauwen, sissen of spugen ter verdediging. Pijn en angstkreten en het gehuil van krolse poezen ontstaan op dezelfde manier.

Katten graffiti

Katten laten zichtbare tekens in hun territorium achter om te tonen dat ze er zijn of dat het hun territorium is. Krabben is goed voor het scherpen van de klauwen maar laat eveneens een zichtbaar teken achter, zoals op de leuning van de bank. Dat is ook de reden waarom krabpalen op een prominente plaats moeten staan en niet ergens in een hoekje. Ook ontlasting wordt door dominante katten gebruikt om hun territoriale grenzen duidelijk te maken. Daarom bedekken ze hun ontlasting in de tuin van de buurman niet en in de eigen tuin wel. Voor de kat strekt zijn territorium verder dan de eigen tuin, de ontlasting laten zien hoe ver.

Gevoelig voor aanraking

De kat geeft zijn aanwezigheid blijk door met geur te markeren, maar zijn vermogen om te laten merken wat hij wil of nodig heeft is helemaal geraffineerd. Katten raken elkaar met de neus aan om elkaar te ruiken maar ook om fysiek contact te maken.

Heel wat katteneigenaren zijn vertrouwd met dat zachte tikje met de poot op het gezicht, ’s morgens vroeg, een lichte hint dat de dag begonnen is en er eten moet komen. Besteed je er geen aandacht aan, dan wordt dat tikje een dringende tik en nog later een echte klap. Ze hebben geen woorden nodig. Katten in het wild mogen een hekel aan fysiek contact met mensen hebben, katten die bij mensen zijn opgegroeid vinden het meestal heerlijk. Aaien heeft veel gemeen met het likken uit de kittentijd en betekent geborgenheid. Gesocialiseerde katten zoeken de mens op en vragen om geaaid en geknuffeld te worden.

Maar er blijven ook bij de liefste kat dingen taboe. Het aanraken van de buik roept gemopper op en soms een agressieve reactie, want de buik is de meest kwetsbare plaats.

Ook gewoon aaien kan een dergelijke respons oproepen. Dat komt omdat, hoe fijn de kat het ook vindt, het aangeleerd en geen natuurlijk volwassen gedrag is. Dan komt het tot een mentaal conflict en bijt de kat instinctief, om zich daarna te verontschuldigen en opnieuw te bedelen om moederlijke verwennerij.