De wilde kat tot de huiskat van nu

In tegenstelling tot andere huisdieren, heeft de kat zichzelf gedomesticeerd: hij verkoos een leven dichtbij de mens. Dat diende zijn eigen belang, de natuurlijke zelfzucht die tot op de dag van vandaag de kern vormt van het kattengedrag. Deze zelfdomesticatie is van vrij recente datum, lang nadat wij de hond hadden gedomesticeerd. De voorouders van de kat hadden specifieke psychologische en fysiologische eigenschappen nodig om gemakkelijker te kunnen infiltreren in de nieuwe en unieke ecologische niche: de nederzettingen van de mens. Onder druk van de omstandigheden kwamen er fysieke en gedragsveranderingen tot stand, hetgeen tot de meest geslaagde van alle kattensoorten leidde: de huiskat.

De mens zag de waarde van de pas gedomesticeerde katten als verdelgen van ongedierte, maar ze dienden vermoedelijk ook voor een minder bekend doel. Ratten en muizen vormden een ernstige bedreiging, maar slangen waren dodelijk. Mensen konden weinig uitrichten tegen cobra’s en adders, dus waren onbevreesde jagers zoals de katten in de nederzettingen meer dan welkom omdat ze zowel op slangen als op knaagdieren jaagden. De kat werd enorm populair vanwege zijn dubbele beschermende rol. De oude Egyptenaren kregen een diep respect en begrip voor de kat en zijn gedrag, mettertijd werd hij zelfs een symbool van godheden.

Volgens sommige onderzoekers werd de kat in Egypte uiteindelijk een godheid van de seksualiteit of de vruchtbaarheid, maar een dergelijke directe verering  ligt niet voor de hand. We weten wel zeker dat hij vanwege zijn natuurlijke gedrag een voornaam symbool werd in de godsdienst en het bijgeloof en dat zijn beeltenis bij een groot aantal verschillende objecten werd gebruikt. De huiskat was nu rijp om te exporteren: aanvankelijk deden slechts verhalen en afbeeldingen de ronde in het Middellandse-Zeegebied, maar deze werden al snel gevolgd door de kat zelf.