Het geraamte van de kat

De bouw van het geraamte van de kat, licht en toch stevig, is gericht op plotselinge sprints en grote wendbaarheid en is de basis van de buitengewone sierlijkheid van bewegingen. Katten hebben meer botten dan mensen, voornamelijk door hun staart. Elk deel van het geraamte, van de schedel tot het laatste staartbeentje, is in verhouding. De poten zijn slank maar stevig en ondersteunen een smalle ribbenkast en een zeer soepele ruggengraat. De schouderbladen liggen niet vast aan het centrale skelet, wat een uitzonderlijke bewegelijkheid waarborgt bij elke snelheid. Het geheel wordt bijeengehouden door sterke elastische banden.

Het stevige geraamte zorgt voor bescherming van de interne organen en biedt aanhechtingsplaatsen voor de spieren. Het systeem van hefboom en scharnieren, nodig voor een vloeiende bewegen. Het skelet wordt bijeengehouden door vezelige gewrichtsbanden, elastische pezen en snel reagerende en krachtig spieren.

Zowel in vorm als verhouding lijkt het geraamte van de huiskat sterk op dat van de grote katten. Het verschil is de grootte. Bij alle katten zorgen de vele wervels voor een uitmuntende bewegelijkheid en de voorpoten verschaffen bovendien een duidelijk waarneembare soepelheid. Als een kat loopt komen de schouderbladen boven de rug uit, net als bij de leeuw en de tijger. Iets minder opvallend is de ingewikkelde structuur van de polsen waardoor een buitengewone behendigheid bij acties zoals het uit zijn schuilplaats halen van een prooi en het wandelen over smalle richels, mogelijk is.