Viszla of Hongaarse Staande Hond

De Vizsla of Hongaarse Staande Hond stamt af van oude jachthonden, die meer dan 1000 jaar geleden met de Magyaren, een nomadisch herdersvolk, naar het tegenwoordige Hongarije kwamen. Invloeden worden ook toegekend aan de Panonische Brak en de Tartaarse Gele Hond en mogelijk nog andere honden. Andere bronnen wijzen op vergelijkbare honden uit Centraal Europa, die bij de valkeniers en jagers uit de Middeleeuwen hoorden. Na de Eerste Wereldoorlog was het ras bijna verdwenen. Met de paar honden die er nog van restten, waren toegewijde fokkers in staat om het ras in ere te herstellen.

De Vizsla werd in geheel Europa verspreid en belandde na de Tweede Wereldoorlog ook in Amerika. Het is een uitstekende jacht- en gezelschapshond. Hij is bijzonder bruikbaar bij het jagen op hoogland-wild en het apporteren van waterwild. Het ras houdt zeer goed spoor. We onderscheiden de Vizsla Korthaar en de Vizsla Draadhaar.

Met zowel soortgenoten als andere huisdieren en kinderen gaat de Vizsla in het algemeen goed om. Vreemd bezoek zal worden aangekondigd, maar daar blijft het over het algemeen wel bij.

Hij is goedgehumeurd, vriendelijk, leergierig, gehoorzaam, levendig.
Over het algemeen zijn Vizsla’s niet zo moeilijk op te voeden omdat ze graag iets voor hun baas doen. Belangrijk is dat je te allen tijde consequent blijft.

De kortharige vacht heeft relatief weinig verzorging nodig. In de ruiperiode kan je het beste een rubberen borstel gebruiken om het losse en dode haar uit de vacht te verwijderen.

Komt uit: Hongarije.
Ontstaan in: Middeleeuwen
Gewicht: 22 – 30 kg
Kleur: Goud, goudkleurig bruin, roodachtig goud
Vacht: Kort, recht, grof, glanzend.
Levensverwachting: 14 – 15 jaar
Aard: Goedgehumeurd, vriendelijk, leergierig, gehoorzaam, levendig.