Somali

 De geschiedenis van de Somali is het verhaal van het lelijke jonge eendje dat een schitterende zwaan werd.Zo rond de eeuwwisseling waren de Engelse Abessijnenfokkers zeer belust op experimenteren. Het was hun droom blauwe en zilveren ‘Aby’s’ te fokken. Ze paarden hun Abessijnen met Perzen, Angora’s en met de toen buitengewoon geliefde Engelse ‘Bunny-Cat’, een grote, krachtige kat met korte of halflange vacht, die bij de geboorte een zwarte indruk maakt en pas met drie tot vier maanden lichter wordt tot hij een agouti is.

De droom over een Chinchilla Abessijn liep op niets uit, maar vanwege deze hybridenfokkerij lag er zo nu en dan een groter, plomper, wolliger kitten in de nesten bij Abessijnenfokkers, die zich nu weer uitsluitend met zuivere fok bezighielden.

De tweede scheut langhaargenen kreeg de Abessijn toegediend in de jaren veertig. De Tweede Wereldoorlog had de fokkerij veel schade toegebracht; veel katjes van onbepaalde herkomst, maar met een zo identiek mogelijk fenotype, werden met de fok meegenomen. Aangezien nu ook een ‘Aby’ met fluweliger vacht de voorkeur kreeg, dwong dit onbedoeld tot het fokken van katten die ongeweten het gen van langhaar droegen. De ongewenste langharige baby’s werden niet eens geregistreerd, ze werden er uitgehaald of cadeau gedaan.

Tot postume beroemdheid bracht het de in de Verenigde Staten verkochte Engelse Abessijnse kater Baby Chuffa of Selene. Ettelijke Somali-lijnen zijn op hem terug te voeren. In de jaren vijftig is echter viervijfde van de nakomelingen van deze veelbekroonde kater spoorloos uit het gezicht verdwenen.

De eigenlijke geschiedenis van de Somali begint in 1967 in New jersey. De van hot naar her geschoven kater George kwam terecht bij Abessijnenfokster Evelyn Magus. Ze was wèg van George, waarin zij een langharige Abessijn zag. Na enige speurwerk kwam ze erachter dat Georges vader haar eigen Abbessijnse kater Lynn Lee’s Lord Dublin was. Ze kon Georges moeder kopen. Daarmee was ze in het bezit gekomen van een Abessijnenpaar dat het recessieve gen voor langhaar droeg.

Het was ook mevrouw Magus, die de nieuwe naam Somali aan dit fokprodukt gaf, als eerbetoon aan het Afrikaanse vaderland van de gemeenschappelijke voorouders van de Abessijnen en de Somali’s. In 1972 werd in de Verenigde Staten de eerste ‘Somali Cat Club’ opgericht.

Het karakter van de Somali is vergelijkbaar met dat van de Abessijn. Net als de Abessijn is de Somali een gezelligheidskat die veel behoefte heeft aan kontact en aandacht. Het druist tegen zijn hele wezen in als hij gedwongen is hele dagen in eenzaamheid door te brengen. of als hij alleen moet vertoeven in een buitenverblijf of aparte kamer.

Dit zal zijn karakter zeker niet in positieve zin beïnvloeden. Somali’s willen het liefst aandacht van menselijke gezinsleden, maar als u vaak meerdere uren per dag van huis bent, nemen ze bij gebrek aan beter ook genoegen met het gezelschap van een soortgenoot of zelfs een hond. Het is echter wel zo dat met name onder poezen de verdraagzaamheid wat minder goed kan zijn, maar alles staat of valt met de hoeveelheid ruimte die u in huis of in de buitenren beschikbaar hebt.

Somali’s zijn dus sociale dieren, ook in de omgang met kinderen geven ze in de regel weinig problemen. Is de Somali uw eerste huisdier en besluit u later meerdere huisdieren in uw gezin op te nemen, dan is het goed te weten dat sommige Somali’s zich jaloers kunnen gaan gedragen omdat ze niet meer de hoeveelheid aandacht ontvangen die ze voorheen gewend waren.

Somali’s zijn extroverte dieren die zonder meer laten merken dat ze aanwezig zijn, al doen ze dit doorgaans minder opvallend dan bijvoorbeeld Siamezen. Katten van dit ras zijn redelijk actief, ze spelen graag en zijn hierin initiatiefrijk. Omdat ze graag klimmen is een flinke kattenkrabpaal zeker geen overbodige luxe.

Verder zijn Somali’s uiterst intelligent, slim en nieuwsgierig. Alle nieuwe dingen worden uitvoerig bekeken, besnuffeld en gekeurd, en ook de visite wordt doorgaans aandachtig begroet. Hun zachte stemgeluid zult u niet veel horen.

Ontstaan in: Circa 1960
Gewicht: 3,5 – 5,5 kg
Kleur: Room, bruin, lila, fawn, golden, zwart, wit.
Huid: Lang haar.
Aard: Rustig maar extrovert.