Singapura

 Dit ras draagt de Maleisische naam voor Singapore, waarvan Hal en Tommy Meadows in 1975 katten mee naar de VS namen. Alle Singapura’s stammen af van hun fokprogramma. Binnen  zeven jaar werd de Singapura erkend en kreeg voor het eerst in 1988 officieel kampioenstatus.

Het ras heeft Europa bereikt maar noch de FIFé, noch de GCCF erkennen het en men heeft zijn bedenkingen over de afstamming. Tommy fokte ook Burmezen en Abessijnen en men beweert dat deze bij de Singapura zijn ingezet. Anderen zeggen weer dat dit niet waar is en dat gewetenloze fokkers op die manier namaak Singapura’s kunnen verkopen.

Deze katten, vreedzaam en teruggetrokken van aard, behoren tot de kleine rassen. Singapura’s onderscheiden zich doordat er slechts één vacht wordt erkend, tabby getickt in de kleur sepia. De Singapura noemt men ook wel Kucinta of Liefdeskat. Het is een heel lief, aanhankelijk dier, dat eigenlijk helemaal geen agressie kent. Een echte ‘Joris Goedbloed’. Dit is hij zowel naar de mens als naar andere huisdieren. Opvallend is zijn grote nieuwsgierigheid naar van alles en nog wat. Een ideale gezinskat, maar hij is liever niet alleen. Sterker nog: “gezelschap is voor hem noodzakelijk”.

Ontstaan in: Circa  1975
Gewicht: 2 – 4 kg
Kleur: Ivoorwitte ondervacht met een donkere puntjes.
Huid: Kort haar
Aard: Aanhankelijk, introvert