Sfinx

De eerste Sfinx, Prune, werd geboren in 1966, maar de lijn stierf uit. In 1978 werd er in Toronto een langharige kat met een haarloos kitten gevonden. Het kitten werd gecastreerd, maar zijn moeder kreeg nog meer haarloze kittens. Twee werden er naar Europa geëxporteerd, waar er een gepaard werd met een Devon Rex. Er kwamen haarloze nakomelingen, wat zou kunnen betekenen dat dit gen enige dominantie heeft over het Devon-gen.
Van deze nakomelingen ging er één, met de naam E.T.  naar Vicki en Peter Markstein in New York en werd opnieuw gepaard met een Devon Rex. Alleen TICA erkent het ras, de andere organisaties vrezen gezondheids-probelemen. In Groot-Briattannië werden ze door de GCCF geregistreerd om ervoor te zorgen dat het gen niet in de Devon Rex-lijnen terecht komt.

Haarloze katten waren er altijd wel ergens op de wereld. De Sfinx is niet volkomen haarloos maar heeft een kort zijdeachtig ‘perzikhuidje’ en voelt aan als zeemleer of suède. Zonder de isolerende bescherming van de vacht zijn Sfinxen kwetsbaar voor koude en warmte en ze moeten daarom binnen gehouden worden. Elke laag haarfollikel heeft een olieproducerend kliertje. Omdat de Sfinx geen haar heeft om de olie te absorberen, moet hij dagelijks afgewreven worden met een zeemleren lap. Voorstanders van het ras vinden hem al even uniek om zijn speels, aanhankelijk karakter als om zijn opvallend uiterlijk.

Ontstaan in:  Circa 1966
Gewicht: 3,5 – 7 kg
Kleur: Wit, zwart, schilpad
Huid: Schijnbaar haarloos, maar een fijne donslaag is aanwezig.
Aard: Intelligent en nieuwsgierig
Eist veel aandacht