Schotse Terrier

Niemand weet waar de Schotse Terrier precies vandaan komt, maar sommige mensen geloven dat het de oudse Terriër van de Schotse hooglanden is. In Schotland kwamen allerlei plaatselijke kortbenige Terriers voor. Pas na 1800 begon met met een gerichte fok en ontstond enige uniformiteit in uiterlijk van dit sportieve hondje. Het ras werd vroeger in Schotland gebruikt voor het uitroeien van onder andere vossen. De Terriërs van de streek rond de stad Aberdeen waren zo beroemd, dat ze uiteindelijke de rasnaam Schotse Terrier konden claimen. Het ras dat wij nu kennen als Schotse Terrier danken wij aan Captain Gordon Murray en S.E. Shirley, die gestreden hebben voor erkenning van het ras in 1880.

De erkenning van het type heeft zeker de gezondheid van de Schotse Terriër gestabiliseerd en heeft gelukkig nooit zijn natuurlijke speelsheid verminderd. In 1892 werd de rasbeschrijving opgesteld die tot op heden weinig is veranderd. De Schotse Terrier had en heeft bijnamen, zoals Aberdeen Terrier en Highland Terrier en voor de liefhebbers: Scottie. De draadharige vacht bestaat in veel kleuren, maar vooral donkergrijs of zwart is bekend. Deze honden hebben een waardige, alerte aard en zijn zeer zelfstandig. Het ras is niet erg geschikt voor kinderen, aangezien de Schotse Terrier vooral oog heeft voor zijn baas en weinig geïnteresseerd is in vreemden en in kinderen.

In aanleg gaat de Schotse Terrier prima om met andere huisdieren en soortgenoten. Wanneer de kinderen deze Schot niet als speelgoed zien en hem in zijn waarde laten, zullen hond en kind in harmonie samen kunnen leven. Een en ander is sterk afhankelijk van de manier waarop de pup gesocialiseerd is.

Hij is onafhankelijk, waaks, verstandig.
Voor de juiste, consequente baas is het niet moeilijk deze aristocraat op te voeden. Vergeet niet dat hij ondanks zijn trouw toch een vrij zelfstandige hond is. De opvoeding moet dan ook op wederzijds respect gebaseerd zijn.

De vacht zal ongeveer twee keer per jaar door een deskundige met de hand geplukt moeten worden; de borst, de pootjes en de kop worden in de regel geknipt. Tussen de plukbeurten door moet je de vacht regelmatig borstelen en kammen. Houd de baard en snor vrij van etensresten. Showhonden hebben wat meer vachtverzorging nodig.

Komt uit: Groot-Brittannië.
Ontstaan in: 19e eeuw
Gewicht: 8 – 10,5 kg
Kleur: Meestal zwart of donkergrijs.
Vacht: Hard, dicht en draadachtig, de ondervacht is kort, dicht en zacht.
Levensverwachting: 13 – 14 jaar
Aard: Onafhankelijk, waaks, verstandig.