Saluki

Saluki is een Arabisch woord en betekent windhond; de Saluki is dan ook een windhond, die voor de Arabieren een gewaar- deerd bezit betekende. Hij wordt ook Perzische Windhond of Perzische Greyhound genoemd, maar leefde oorspronkelijk in een groot deel van het Midden-Oosten en Egypte. Er bestaat een ivoren beeld van het hoofd van een Saluki, met de lange nek en de traditionele kraag, dat stamt uit de pre-dynastieke periode van 6000 à 5000 voor Christus; dus nog voor de farao’s. Het is een echte oosterse windhond, net als de Afghaanse Windhond. Hij is kortharig met bevedering aan oren, benen, voeten en staart.

Met zijn enorme snelheid kan de Saluki snelle prooien vangen, zelfs antilopen (die zijn in het gebied waar hij vandaan komt tegenwoordig vaak beschermd). Hij kan zeer hoge snelheden bereiken en de Arabische hengsten bijhouden. In 1920 werd dit ras voor het eerst in Engeland gesignaleerd, waarna het zich in onze streken kon verspreiden. Zijn lichaam lijkt veel op dat van de Afghaanse Windhond en ook hij is kalm en gevoelig. Het hele lichaam van de Saluki suggereert gratie, snelheid, uithoudingsvermogen en symmetrie.

Met andere gelijkgestemde honden zullen de Saluki’s prima samen kunnen leven, en ook een combinatie van kinderen met een Saluki behoort tot de mogelijkheden. Andere huisdieren, of dit nu geiten of konijnen zijn, kan je maar beter ver buiten het bereik van deze hond houden, want zijn jachtinstinct is erg sterk. Op een paar uitzonderingen na is gebleken dat het onmogelijk is een windhond het jagen af te leren.

Hij is intelligent, zacht, waardig, waaks, gereserveerd t.o.v. vreemden.
Deze hond moet met enig beleid grootgebracht worden. Houd er rekening mee dat je er nooit een perfect luisterende hond van kunt maken, dus stel jouw verwachtingspatroon niet te hoog. Met veel geduld en inzicht kan je bereiken dat de hond op jou besteld raakt en je niet teleur zal willen stellen.

De vacht hou je in conditie door deze zo nu en dan goed uit te borstelen, met name de langer behaarde gedeelten. Kijk zo nu en dan de gehoorgang na op vuil.

Bevederde variëteit: zacht, glad, glanzend, langer en zijdeachtig haar aan oren, staart, achterzijde van de benen en tussen de tenen. Korthaar variëteit: geen langer haar en ook haar aan het lichaam is tamelijk kort.

Komt uit: Midden-Oosten
Ontstaan in: Oudheid
Gewicht: 14 – 25 kg
Kleur: Goudkleurig, wit, rood, lichtbruin, crème, tan
Vacht: Zacht, glad, glanzend
Levensverwachting: 12  jaar
Aard: Intelligent, zacht, waardig