Pumi

De Pumi, een andere Hongaarse herdershond, ontstaan in de 12de-13de eeuw en die waarschijn-lijk is gefokt uit de Puli en Duitse en Franse Herdershonden. Het is een aanbiddelijke, op een Gremlin’ lijkende kleine hond van het Terriër-type. Sinds 1801 wordt dit ras als Pumi erkend. Het is een zeer moedige hond met een fijne neus. Hij werd voor zowat alles gebruikt: het drijven van vee, maar ook als waakhond en rattenvanger. Deze kleine hond was inderdaad geschikt voor het drijven van grote dieren, door middel van zijn heftig karakter.

De Pumi kan wat eenkennig zijn en zich wantrouwend opstellen ten opzichte van vreemden. Er zijn rassen die beter geschikt zijn voor een gezin met kinderen, maar een welopgevoede Pumi zal met kinderen geen problemen geven, op voorwaarde dat ze de hond niet plagen.

Hij is rusteloos, levendig, agressief, keffer, goede waakhond.
Pumi’s zijn niet moeilijk op te voeden. Dit ras is intelligent om snel te begrijpen wat je bedoelt. Wanneer je in een drukbevolkte wijk woont, is het verstandig de hond te leren dat hij na een paar keer blaffen stil moet zijn.

De Pumi heeft relatief weinig vachtverzorging nodig. Bostel de vacht ongeveer één keer in de week goed door en haal het teveel aan haar uit de gehoorgang weg. Voor tentoonstellingen wordt de Pumi getoiletteerd.

De vacht is ruw, middelmatig lang in bosjes van het lichaam afstaand, zonder neiging tot vervilten.

Komt uit: Hongarije.
Ontstaan in: 19e eeuw
Gewicht: 10 – 15 kg
Kleur: Zwart, zandkleurig, roestbruin, zilver, grijs, grizzle
Vacht: Ruw, middelmatig lang
Levensverwachting: 12 – 13 jaar
Aard: Rusteloos, levendig, agressief, keffer, goede waakhond.