Pinscher of Duitse Pinscher

In bouw en kleur lijkt de Duitse Pinscher of kortweg ‘Pinscher’ wel wat op een Dobermann. Hij heeft dan ook aan het ontstaan van dat ras bijgedragen en is bovendien verwant aan de Dwergpinscher en de verschillende Schnauzers. Andere bronnen beweren dat hij een latere representatie is van de oude Black and Tan-Terriër, die in Duitsland enkele veranderingen heeft ondergaan.

Vroeger waren Pinschers en Schnauzers erf- en stalhond en waakse ongedierteverdelgers. Pinschers trokken altijd op met de mens. Dat weerspiegelt zich in hun karakter. Ze zijn erg aan mensen gehecht, leren gemakkelijk en willen zich graag met alles bemoeien. Het zijn felle waakhonden met veel energie en bewegingsdrang. Na de Tweede Wereldoorlog dreigden ze bijna te verdwijnen. Maar dankzij de inspanningen van Werner Jung en andere liefhebbers, heeft de Pinscher toch een plaatsje als gezelschapshond weten te veroveren.

Over het algemeen gaan Duitse Pinschers zeer goed met kinderen om. Visite wordt in eerste instantie luidkeels aangekondigd, maar daarna is het vrij snel goed. Een Duitse Pinscher verdedigt zijn terrein en zijn baas en diens gezin tot het uiterste tegen kwaadwillenden. De omgang met andere huisdieren levert in de regel geen enkel probleem op.Ze zijn vrolijk, beweeglijk, oplettend, betrouwbaar, onvermoeibaar

Duitse Pinschers zijn snelle en leergierige leerlingen. Je moet ze enigszins streng, maar wel liefdevol en consequent opvoeden.
De Duitse Pinscher heeft eigenlijk niet zo veel verzorging nodig. Om de dode haren te verwijderen, borstel je de vacht zo nu en dan.

Komt uit: Duitsland.
Ontstaan in: 18e eeuw
Gewicht: 23 – 27 kg
Kleur: Zwart, lichtbruin, blauw, bruin, rood
Vacht: Kort, dicht en glanzend.
Levensverwachting: 11 – 16 jaar
Aard: Vrolijk, beweeglijk, oplettend, lief voor kinderen.