Manx

Er bestaan twee populaire versies van de geschiedenis die verhaalt hoe de mysterieuze Manx terechtkwam op het eiland Man. In de ene wordt beweerd dat de Feniciërs van hun avontuurlijke reizen een staartloze kat uit Japan hadden meegebracht (de Japanse Bobtail is een erkende, geliefde Japanse kat met een piepklein stukje staart).

Het andere verhaal bericht over twee of drie staartloze katten die in 1588 samen met een in de Ierse Zee verslagen schip der Spaanse Armada schipbreuk leden en nog juist bij Spanish Point aan land konden gaan.

In ieder geval is de Manx sinds de 19e eeuw bijzonder geliefd. In 1901 werd de Manx-club opgericht en een standaard voor de Manx opgesteld. Een prominente liefhebber van de Manx was koning Edward VIII.

Het fokken van Manx katten is buitengewoon moeilijk. De in de standaard vastgelegde, typische skeletmutatie -volledige staartloosheid, het ontbreken van alle staartwervels- is verantwoordelijk voor de verkorte rug en de daaruit voortvloeiende hoppende gang van de Manx. Het Manx-gen voor staartloosheid is gekoppeld aan een lethale (=dodelijke) factor.
Deze factor is er de oorzaak van dat er zoveel Manx-kittens dood geboren worden.

Zuiver genetisch bezien, wordt de Manx in vier klassen ingedeeld:

1. Rumpy
– een Manx zonder staartwervels, met een romp zo rond als een sinaasappel,

2. Rumpy Riser
– een Manx met slechts enkele staartwervels, die niet te zien, alleen te voelen zijn,

3. Stumpy
– een Manx met een uiterst klein staartstompje,

4. Longy
– een Manx met een halflange tot bijna normale staart.

Het is niet opportuun Rumpy’s onderling te paren. Weinig kittens zouden langer dan acht weken overleven. Bij de paring met Stumpy’s is de overlevingskans groter. Het is echter raadzaam ook Europees Korthaar in te kruisen.

Er bestaat een opvallend groot verschil tussen katers en poezen. De katers zijn van gemiddelde grootte, krachtig en stabiel, de poezen wonderbaarlijk klein en sierlijk, vaak worden ze niet groter dan een vier maanden oude Europees Korthaar.

In de standaard wordt de Manx als volgt beschreven: Een middelgrote kat met een krachtige beenderstructuur. De voornaamste kenmerken van een Manx zijn de ontbrekende staart, een korte rug, diepe flanken en een ronde kop (rond als een sinaasappel). De achterhand is hoog.

De hoppende gang, als van een konijn, is voor de standaard buitengewoon belangrijk. De borst is stevig en breed. Alle vachtkleuren zijn toegestaan, ook bont met wit. De vacht heeft een uitstekende textuur, is kort, dubbel, met een zachte, dichte ondervacht.

De kop is tamelijk groot en rond, met geprononceerde wangen en een middellange neus (zonder stop, geen Perzentype). Hij heeft middelgrote oren, open aan de basis en relatief hoog op de kop geplaatst. De grote, ronde ogen moeten overeenkomen met de desbetreffende nachtkleur. De neusspiegel en de teenkussentjes komen ook met de vachtkleur overeen.

Bij een tentoonstellingsdier moet de staartloosheid volkomen zijn. Aan het einde van de ruggegraat, daar waar bij andere katten de staart begint, moet een kuiltje zijn. Manx katten zijn prettige huisgenoten. Hun temperament lijkt op dat van de Brits Korthaar. Het duurt even voor men aan hun ongewone manier van bewegen gewend is.

Manxen stralen een bepaalde rust uit. Het zijn over het algemeen aanhankelijke katten die het met andere katten en met honden, maar ook met mensen en kinderen goed kunnen vinden, al hebben sommigen de neiging zich aan een bepaalde persoon binnen het gezin in het bijzonder te hechten. U kunt een Manx leren om propjes papier te apporteren, en hem ook laten wennen aan het lopen aan een tuigje.

Manxen zijn ondanks hun rustige en evenwichtige karakter bijzonder speels en blijven dit tot op hoge leeftijd. U doet er dan ook goed aan ervoor te zorgen dat er voldoende speeltjes en een flinke krabpaal in huis zijn. Ofschoon ze de staart missen waarvan wordt aangenomen dat de kat die nodig heeft om ermee te sturen kunnen ze opvallend goed klimmen en klauteren.

Manxen zijn relatief gezonde katten die met een goede verzorging een hoge leeftijd kunnen bereiken. Een bewijs van hun vitaliteit werd geleverd door een bijna tien-en-half jaar oude, in Nederland wonende Manxpoes, die het op de wereldkampioensschapstentoonstelling in 1996 nog tot wereldkampioen bracht.

De gemiddelde showleeftijd voor een kat ligt tussen de één en drie jaar en deze poes is dan ook de enige kat ter wereld die het op zo’n hoge leeftijd nog zo ver wist te brengen.

Ontstaan in: Voor 1700
Gewicht: 3,5 – 5,5 kg
Kleur: Blauw-tabby, wit, rood, zilver-tabby
Huid: Dikke dubbele vacht
Aard: Zacht en gelijkmatig