Maine Coon

 Amerika is het continent van de superlatieven. Een dergelijk superlatief is de nationale kat van de Verenigde Staten: de grote, stevige, langharige Maine Coon. Deze kat heeft vele potentiële, zeer bereisde voorvaderen. Het is mogelijk dat er Noorse Boskatten, meegekomen met de Vikingen, rond het jaar 1000 in Vinland (New Foundland) gestrand zijn.

In de 18e en 19e eeuw zeilden er Turkse Angora’s mee naar Noord-Amerika en paarden daar met de reeds inheemse huiskatten, mogelijk zelfs met een kleine wilde kat, de rode Lynx.

Echt gefokt werd er met de Maine Coon al ongeveer honderd jaar. Op de eerste Noord-amerikaanse kattententoonstelling in Madison Square Garden was in 1895 de Maine Coon Cazie de winnaar. In 1897 was men vol bewondering voor de bruine tabby kater King Max uit New York.

De Maine Coon is een opmerkelijke kat, maar heus geen biologisch wonder. Hij werd nooit met een wasbeer (racoon) gekruist. Hij dankt zijn naam aan het feit dat de dikbehaarde staart van een bruin gemarmerde kater erg op de staart van een wasbeer lijkt. De lange, soepel vallende vacht van de Maine Coon heeft bijzonder dichte, stevige dekharen, die als een mantel dient ter bescherming tegen het vochtig-koude klimaat van Nieuw-Engeland.

Toch is het haar niet vettig, zoals bij de Noorse Boskat. De Maine Coon staat relatief hoog op de poten en heeft grote, brede voeten, natuurlijke sneeuwschoenen, die zijn aangepast aan de sneeuwrijke winters van zijn vaderland. Bij die duidelijk grote voeten kwam zestenigheid (Polydactylie) veel voor. Men heeft nog overwogen dit als bijzonder kenmerk van de soort in de standaard op te nemen.

De Maine Coon is de grootste van alle bekende huiskatrassen. Het doorsnee gewicht van een poes ligt bij vijf tot zes kilo, van de kater zeven tot zeveneneenhalve kilo. Heus niet elke Maine Coon kater bereikt het grandioze gewicht van tien kilo. Juist bij deze kat, die men graag groot en stevig ziet, kunnen er aanzienlijke verschillen in grootte optreden, zelfs in één en hetzelfde nest. Het geboortegewicht bedraagt, zoals bij alle katten, ongeveer honderd gram.

Maine Coons zijn aanhankelijk, zachtaardig en aanhalig tot op het opdringerige af. Ze hebben veel lichamelijk contact nodig: in het spel, bij de verzorging en tijdens gemeenschappelijke rustuurtjes. De Maine Coon is gevoelig, gereserveerd en nu en dan echt jaloers. Hij is veel levendiger dan een Pers en heeft naar verhouding voor zijn spel ook behoefte aan een grotere actieradius.

De Maine Coon heeft een stevig, langgerekt lichaam met een brede borst, is van gemiddelde afmeting tot groot en heeft stevige poten die in goede verhouding staan tot de grote voeten. De haarplukjes tussen de tenen kunnen tot twee centimeter naar voren steken. De staart, met een lange, weelderige, zwaaiende pluim, heeft een brede aanzet en loopt spits toe. Hij moet even lang zijn als het lichaam.

De kop met hoge jukbeenderen heeft een gemiddelde breedte; gezicht en neus hebben een gemiddelde lengte. De snuit is hoekig. Kin en kaak zijn stevig. De katers hebben een bijzonder markante schedel en krachtige nekspieren.

De oren zijn groot en breed aan de basis, wijd uit elkaar geplaatst en aan de punten voorzien van pluimen. De grote, ronde ogen lichten groen tot goud op, bij witte katten ook blauw of odd-eyed. Door zijn ogen heeft de Maine Coon in zijn uitdrukking iets van een uil. De vacht voorbij de schouders is halflang en moet op de rug tot achter bij de staart steeds langer worden; naar de buik toe ligt hij soepel en weelderig aan. Aan de achterbenen draagt de Maine Coon bossige laarsjes.

De vacht is glanzend en soepel, niet vet of stug. De bovenvacht is iets grover van structuur, de dunne ondervacht zacht en fijn.

Zomer- en wintervacht verschillen aanzienlijk in lengte en dichtheid. In een constant warm klimaat toont de Maine Coon zich nooit in zijn volle schoonheid, de kwaliteit van de vacht heeft van warmte te lijden.

Maine Coons zijn ongecompliceerde, vriendelijke en goedgehumeurde katten. Over het algemeen gaan ze goed om met andere katten en als de kennismaking al op jonge leeftijd heeft plaatsgevonden, zal ook de omgang met honden niet op problemen stuiten. Ten opzichte van mensen en kinderen zijn Maine Coons uiterst vriendelijk.

Dankzij hun grote aanpassingsvermogen voelen ze zich zowel op het platteland als op een bovenwoning in de stad thuis. In het laatste geval zult u er wel voor moeten zorgen dat de kat voldoende speelgelegenheid heeft, zodat hij zich niet gaat vervelen. Maine Coons zijn als jonge kittens namelijk erg speels en nieuwsgierig, ze blijven dit doorgaans ook als ze volwassen zijn.

Omdat ze graag klimmen en klauteren is de aanschaf van een flinke kattenkrabpaal een goede investering. De Maine Coon wil niet alleen graag spelen en ravotten, maar kan op zijn tijd ook een heel rustige en zelfs luie kat zijn die het heerlijk vindt ’s avonds bij u op schoot te liggen. De meesten worden graag geaaid en geknuffeld, en zullen een wekelijkse borstelbeurt als een aangename afwisseling van de dagelijkse gang van zaken beschouwen. Maine Coons zijn niet luidruchtig, maar ze gebruiken hun stem wel als ze u iets duidelijk willen maken.

Ontstaan in:  Circa 1860
Gewicht: 4 – 12 kg
Kleur: Schaduw crème, rookzwart, bruin, blauw-zilver, wit
Huid: Lange bijzonder dichte, stevige dekharen
Aard: Een lieve reus.