Havanna

Deze wondermooie, kastanjebruine kat die de ‘kleur van een havanasigaar’ heeft, werd in 1958 als eerste oosterling in Engeland met een toen nog aparte standaard, erkend. Hij werd ‘Chestnut Brown Foreign Shorthair’ genoemd. Het uitgangspunt vormde de Chocolate Point Siamees.

Reeds in 1894 werd een bruine (Self Brown) kat beschreven. Mevrouw French, een enthousiaste pionier op het gebied van het fokken van katten, voerde een Chocolatepoint Siamees poes in Engeland in, Granny Grumps. Deze Granny Grumps werd gedekt door haar zoon Master Timkey Brown. Het nest van deze twee werd als volgt beschreven: ‘Siamezen met de vacht als van opgewreven kastanje en met blauwgroene ogen’.

Men bedenke dat de kleur bruin in de kattenwereld van toen heel buitenissig was. Als even grote curiositeit keek men tegen de in Engeland geïmporteerde bruine kat Adastra aan, die als oermoeder van vele tegenwoordige Chocolatepoint Siamezen is te beschouwen.

Ook in 1923 is er sprake van een Havana geweest. Er bevond zich toen een effen gekleurde chocolate kater in het bezit van mevr. Koch uit Leipzig. Meermaals wordt over dit dier als de ‘Zwitserse Bergkat’ gesproken. Indien hij inderdaad uit Zwitserland geïmporteerd zou zijn, zou het zuiver theoretisch bij deze dekkater om een optisch bruin kunnen gaan, ontstaan vanwege een extreem klimaat.

In 1951 begon barones Ullman met het planmatig fokken van effen gekleurde chocolates. De basis van waaruit gewerkt werd waren een chocolatepoint kater en een slanke, zwarte, kortharige poes. Naar een identiek fokprogramma werden ook Siamezen met Russisch Blauw gekruist.

Het eerste Havana kitten uit de nieuwe tijd lag echter in een nest dat eigenlijk bedoeld was om Perzisch Colourpoint te verkrijgen. De zwarte, kortharige poes Susanna werd met de Sealpoint dekkater Tombee ‘in de echt verbonden’ en op 24 oktober 1952 lag het eerste effen gekleurde chocolate kitten in het nest, Elmtower Bronze Idol.

Een Havana is een prachtkameraad. Elegant en toch stevig en gespierd. Een dergelijke kat te zien spelen en bewegen, is een waar esthetisch genoegen.

Havana’s zijn, evenals hun Siamese neven, geboren entertainers. Ze willen graag in het middelpunt van de belangstelling staan en bewonderd worden.

Havana’s zitten het liefst in de zon en weten een zo groot mogelijke uitloop naar buiten zeer te waarderen. In hete zomers zal de vacht opbleken, maar men moet ze elk zonnestraaltje gunnen, want de gezondheid is belangrijker dan de showkwaliteit van de vacht tijdens de zomermaanden. Met de wintervacht komt de warme glanzende kleur toch altijd weer terug.

De vachtverzorging is niet moeilijk. Men neemt een katoenen lap en wrijft daarmee stevig over het hele lichaam (natuurlijk voorzichtig wanneer het om drachtige poezen of kittens gaat). Katers kan men wat steviger masseren, dat vinden ze heerlijk.

Havana poezen zijn uitstekende moeders en hun baby’s meestal direct al heel levendig en vroegrijp. Het kan voorkomen dat ze reeds met drie dagen de oogjes openen. Melk en melkprodukten verdragen ze meestal beter dan de Siamezen, die nogal eens moeite hebben met het resorberen van het melkeiwit.

Havana’s hebben een fijne, korte, glanzende vacht. Elke nuance van een warme kastanjebruine kleur is toegestaan. De kleur mag echter niet te donker uitvallen en bij het volwassen dier is schaduwing of ghostmarking niet toegestaan. Hun ogen zijn stralend groen, als kruisbessen. De neusspiegel is bruin, de teenkussentjes kaneelachtig roze.

Ontstaan in:  Circa 1950
Gewicht: 2,5 – 4,5 kg
Kleur: Mahoniebruin
Huid: Kort haar
Aard: Lief en sociaal.