Hannoveraanse Zweethond of Hannover’scher Sweisshund 

De Hannoveraanse Zweethond of Hannover’scher Sweisshund is net als zijn kleinere afstammeling, de Bayrischer Gebirgsschweisshund of Beierse Bergzweethond, heeft deze Hannovenaar een uitzonderlijk fijne neus en werkt hij oude, koude sporen uit. Hij wordt bijna uitsluitend als zweethond gebruikt en is zelden gezelschapshond. Hij speurt voor jachtopzieners en boswachters gewond op en soms zelfs mensen. Vanwege zijn bijzondere neus kan deze brak vanzelfsprekend ook bijzonder goed wild opsporen. Over het algemeen is hij kalm, ontspannen en minzaam, hij werkt toegewijd en geobsedeerd. Ooit werd er in meutes met hem gejaagd, Maar tegenwoordig werkt hij bijna altijd individueel

In Germaanse wetten uit de 9e eeuw wordt verwezen naar een Leihund, een rustige, vaardige speurhond die de prooi aan een lange lijn opspoort. Hieruit ontstond de leibracke die door de bewoners van Hannover met andere lichtere plaatselijke brakken werd gekruist, zoals de Haidbracke en de Harzerbracke. Zo ontstond de Duitse tegenhanger van de Sint Hubertushond.

Komt uit: Duitsland.
Ontstaan in: 1820
Gewicht: 38 – 44 kg
Kleur: Rood tot roodbruin.
Vacht: Korte dichte, gladde vacht
Levensverwachting: 12  jaar
Aard: Eigenzinnig en zeer volhardend.