German Rex

De geschiedenis van de German Rex begint in 1930-31 met de kater Munk, de zoon van een blauwe Rus en een tabakskleurige Angora.
De blauwe Munk, met de korte, gegolfde vacht, werd in zijn Oostpruisische dorp een beroemdheid, die men graag fotografeerde en die de lokale katteschoonheden met zijn gunsten vereerde.

Munk stierf in het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog. Er werd nooit bewust met hem gefokt, maar men neemt aan dat hij, zoals gebruikelijk, dochters en kleindochters dekte en op die manier werd de recessieve Rex factor doorgegeven.

Een dergelijk ongewoon katje met krullen kwam in Berlijn terecht. Deze zwarte poes werd sinds 1947 regelmatig gezien in de tuin van het Hufeland Ziekenhuis in Berlijn en personeel en patiënten gaven haar zo nu en dan te eten. In de herfst van 1951 nam mevrouw Scheuer-Karpin de kat bij zich in huis. Lammchen (Lammetje) werd ze genoemd.

Lammchen kreeg aanvankelijk normaal behaarde kinderen. Pas toen ze in 1957 gedekt werd door haar Fridolin, lagen er twee gekrulde katers in het nest. De eerste German Rexen verdwenen bijna zonder uitzondering naar het buitenland en gingen aldaar op in de Cornish Rex, waarmee ze genetisch zeer veel overeenkomst hebben.

In 1968 werden er in Oost-Berlijn nog eens drie zuivere nakomelingen van Lammchen geboren. Op deze drie dieren heeft zich in wezen de hele German Rex fokkerij gegrondvest. Om een brede fokbasis te verkrijgen, werd met Europees Korthaar gekruist.

De eerste kindergeneratie is dan weliswaar nog normaal behaard, maar de 2e generatie heeft een bijzonder dichte krulvacht.

Het lichaam van een German Rex is van gemiddelde afmeting en lengte, krachtig en gespierd, met een rechte rug. Vandaar dat de poten, van gemiddelde lengte, er zo slank uitzien. De voeten zijn ovaal. Ook de kop is rond met een goede breedte tussen de oren, een stevige kin en goedontwikkelde wangen.
De neus heeft een lichte inbuiging bij de basis. De ogen moeten op goede afstand van de neus staan. De oren zijn groot, breed aan de basis en enigszins afgerond aan de top. Heldere, goed geopende ogen, niet te klein en qua kleur harmoniërend met de vachtkleur.

De staart is van gemiddelde lengte en goed behaard. De lichaamsbouw van de German Rex is daarmee ontegenzeggelijk ronder, krachtiger en steviger dan van de Cornish Rex.

Beide Rexvariëteiten moeten daarom niet met elkaar vermengd worden, hoewel ze hetzelfde recessieve Rex gen 1 bezitten. Door het ontbreken van de dekharen voelt het vel zacht en fluwelig aan, zoals bij een mol. De vacht is kort, heel dicht en plucheachtig met een neiging tot krullen. Zelfs de snorharen zijn kort en gekruld.

De vacht is het hoofdcriterium bij alle Rex katten. Een kat met een dichte, goedgekrulde vacht verdient altijd de voorkeur boven een kat met een beter type, maar met dunne, gladde vachtpartijen. De beste vachtverzorging van de Rex gaat door de maag. Vitamine-B-complex gedurende de vachtwisseling is aan te bevelen. De Rex vacht behoort voorzichtig en met liefde behandeld te worden.

Men moet hem regelmatig uit losse pols met een zachte babyborstel verzorgen. Niet kammen, maar aaien. Geen poeder gebruiken. De overmatig grote oren moeten steeds gecontroleerd en zo nodig voorzichtig gereinigd worden.

Een Rex heeft geen last van de kou. Hoewel hij het zonder een beschermende bovenvacht moet doen, is hij volkomen aangepast aan ons Middeleuropese klimaat. In een normaal verwarmd huis voelt hij zich uitstekend en net als zijn met meer haar gezegende collega’s is hij dol op zijn dagelijkse wandeling door de tuin,

Op één ding moet de bezitter van een Rex in ieder geval wèl letten: door het ontbreken van de bovenharen is er sprake van een voortdurend warmteverlies, dat door het dieet van de kat moet worden opgevangen. Rex katten hebben meer vet in hun voeding nodig.

Ontstaan in:  Duitsland
Gewicht: 4 – 5 kg
Kleur: Wit, bruin, kaneel, zwart, crème, beige; veelkleurig
Huid: Kort, krullend, golvend
Aard: Geduldig, actief, trouw, vriendelijk