Entlebucher Sennenhond

De Entlebucher Sennenhond is de kleinste van de vier Sennenhonden; een soort veedrijvers- of boerderijhonden, die een min of meer grote invloed van Berghonden hebben ondergaan. Het woord ‘sennen’ betekent ‘boerderij’ of ‘sennenhut’. De andere drie soorten Sennenhonden zijn de Grote Zwitserse Sennenhond, de Berner Sennenhond en de Appenzeller Sennenhond. Volgens sommigen hebben ook Romeinse oorlogshonden invloed gehad op de ontwikkeling van dit ras. De Entlebucher vindt zijn oorspronkelijke thuis in Entlebuch, in het kanton Lucerne. Ze worden gebruikt voor allerlei werk, ook om vee van en naar de Alpenweiden te drijven.

In 1912 was het ras bijna uitgestorven, men trof maar enkele exemplaren van het ras meer aan. Tegenwoordig neemt de populariteit echter weer toe. De Entlebucher Sennenhond is opgewekt, vriendelijk, leergierig en intelligent. Het liefst trekt hij op met de mensen die hij kent. Tegenover vreemden is hij iets wantrouwend. Hij hecht zich sterk aan zijn baasje, is trouw en is als waakhond onomkoopbaar. Een actieve, met mensen betrokken, gezelschapshond. De Entlebucher is vanwege zijn afmetingen een superieur manusje van alles.

Het gezin komt bij de Entlebucher Sennenhond op de eerste plaats. Dit is overigens een eigenschap die alle Zwitserse Sennenhonden met elkaar gemeen hebben. Entlebucher Sennenhonden zullen je waarschuwen wanneer er iets aan de hand is. Ze nemen vaak een afwachtende houding aan bij vreemden en zullen hen zeker aankondigen. De meeste gaan goed om met kinderen en ze zullen zelden problemen geven in de buurt van huisdieren en vee.

Actief, maar niet nerveus, schrander, vriendelijk, betrouwbaar, waakzaam, leergierig, wat afstandelijk, geen allemansvriend.
De Entlebucher Sennenhond reageert het beste op een evenwichtige en liefdevolle opvoeding waarbij de baas een vaste hand moet hebben en te allen tijde consequent moet blijven. Benut de socialisatiefase zo veel mogelijk om de hond, die erg snel leert, veel positieve ervaringen te laten opdoen met andere dieren, mensen en situaties. Dit ras behoort niet in een kennel thuis, ook al is de hond graag buiten – maar dan wel samen met zijn baas.

In de ruiperiode moet je met een houten kam met een rij dubbele metalen tanden de losse ondervacht uitkammen. Buiten deze periode heeft de hond relatief weinig verzorging nodig.

Komt uit: Zwitserland.
Ontstaan in: Middeleeuwen/
19e eeuw
Gewicht: 25 – 30 kg
Kleur: Driekleurig, zwart-wit- bruin
Vacht: Kort, hard en glanzend.
Levensverwachting: 12 – 13 jaar
Aard: Vriendelijk, betrouwbaar, waakzaam