Duitse Jacht Terrier

De Duitse Jachtterrier is ontstaan in Duitsland. De Ruigharige Zwart-roodbruine Engelse Terrier bevond zich al lange tijd in Duitsland, en vormde samen met een inheems fox-terriertype de hoofdingredienten van het ras. Zo is men erin geslaagd een allround jachthond van handig formaat te creeren, geschikt als aardhond, speurhond, drijfhond en zelfs als apporteur op het land en in het water. Het is een typische jachtspecialist met een stoer temperament en grote scherpte, en is daarbij zeer gerserveerd tegenover vreemden. Als jachtkameraad wordt hij door de jagers zeer gewaardeerd.

De Duitse Jachtterrier wordt bij de jacht gebruikt als vechter boven en onder de grond, als luid op het spoor jagende opdrijver van wild boven de grond, als werker in het water, als zweethond en als apporteur van licht wild. De hond zal niet aarzelen om welk soort wild dan ook, ook het wilde zwijn, aan te vallen. Door zijn kleine formaat in de stad te houden. Hij moet veel in het jachtveld worden gebracht. Hij is wantrouwend ten opzichte van vreemden. Ziekten hebben weinig vat op hem.

Hij is uiterst zelfverzekerd, moedig, wantrouwend tegenover onbekenden Het is een veelzijdige jachthond (terrier, zweethond, jacht onder het geweer, apporteur), en heeft minstens een tuin nodig om zijn energie kwijt te raken.

Komt uit: Duitsland.
Ontstaan in: Jaren twintig
Gewicht: 9 – 10 kg
Kleur: Zwart en tan
Vacht: Glad ruwhaar of kort gladhaar; zwart, bruin, met roestkleurige aftekening
Levensverwachting: 13 – 15 jaar
Aard: Uiterst zelfverzekerd, moedig,