Duitse Dog

De Duitse Dog (of Deense Dog, German Boarhound, Alano, Dogo Aleman) stamt af van de alauns, grote honden van de Alanen, een Iraans volk, dat tijdens de Grote Volksverhuizing (5de eeuw) in Europa terecht kwam. De alauns waren stevige dogachtigen, waarvan een bepaald type voor de jacht en een ander type als waak- en verdedigingshond werd gebruikt. Door inkruising van windhonden (Greyhound) zou de Duitse Dog sneller en iets lichter van bouw zijn geworden. Ze werden ook wel de Apollo onder de honden genoemd. Duitse Doggen werden zowel als waakhond, maar ook als gezelschapshond een legende. Als ze goed zijn gesocialiseerd, zijn ze kalm en waardig.

In de regel kunnen deze Doggen goed opschieten met soortgenoten, andere huidieren en kinderen. De meeste zijn wat terughoudens ten opzichte van vreemden, maar bekenden van de familie krijgen een uitbundige begroeting.

Hij is levendig, vriendelijk, aanhankelijk, schrander, terughoudend voor vreemden.
De Duitse Dog groeit in een zeer korte periode op tot een extreem grote hond. Je moet de hond daarom al op zeer jonge leeftijd leren dat hij niet aan de lijn mag trekken. Voed hem met veel begrip en in een harmonieuze omgeving xonsequent op. Duitse Doggen zijn erg gevoelig voor de intontatie van jouw stem en vaak is een vriendelijk verzoek dan ook voldoende om de hond te laten doen wat je wilt.

Deze sterke en elegante honden hebben tamelijk veel beweging nodig. Ze zijn zeker te porren voor onaangelijnd rennen en ravotten in de vrije natuur. Wanneer de hond voldoende is uitgegroeid, kan je overwegen de hond naast de fiets te laten lopen, maar alleen als de hond goed onder appel staat. Doggen die buitenshuis voldoende beweging krijgen, zijn in huis erg rustig.

Komt uit: Duitsland..
Ontstaan in: Middeleeuwen /
19e eeuw
Gewicht: 46 – 54 kg
Kleur: Zwart, mantel, lichtbruin, brindle, blauw, harlequin
Vacht: Kort en glanzend.
Levensverwachting: 10 jaar
Aard: Levendig, vriendelijk, aanhankelijk,