Drever

De Drever (of Zweedse Dachsbracke, Zweedse Dasbrak) behoort tot de favorieten onder de Zweedse jagers. Het is in Scandinavië verplicht een zweethond mee te hebben op jacht, en wel een die aantoonbaar is opgeleid. In Zweden werden in de 19e eeuw zogenaamde Dasbrakken ingevoerd uit Duitsland en Zwitserland, en hieruit ontstond na selectie op werkeigenschappen een uitstekend bruikbaar zweethondje.

De Drever, die deze naam kreeg in 1947, is een typische werkhond, volledig aangepast aan het klimaat en de habitat van de Zweedse bosen en velden. Hij wordt gebruikt voor de jacht op haas, vos en ree. Drevers zijn opgewekt en volhardend, en ze hebben een fenomenale jachtpassie.

Het ras is ontstaan uit een combinatie van brakken, waaronder Duitse Dasbrakken en Sauerlandse Dasbrakken. Van oorsprong werd het ras ‘Dachsbracke’ genoemd, vanaf 1947 wordt de naam ‘drever’ gebruikt. Het is een kleine, compacte hond. Reuen worden ongeveer 40 centimeter hoog, teven ongeveer 34 centimeter. Ze bereiken een gewicht van 14 tot 16 kilogram. Het is een jachthond, die goed sporen kan volgen.

Komt uit: Zweden.
Ontstaan in: 20e eeuw
Gewicht: 14,5 – 15,5 kg
Kleur: Zwart-wit, bruin-wit, driekleur.
Vacht: Dikke strakke vacht.
Levensverwachting: 12 – 14 jaar
Aard: Opgewekt, volhardend