Boxer

De Boxer stamt af van oude vechthonden en honden die op wilde zwijnen en beren jaagden. De Boxer is een gepolijste aanpassing van de oude ‘Bullenbeiser’ uit vechterskringen van 17de,18de en 19de eeuws Europa. Onder zijn mogelijke voorvaderen bevinden zich de Deense Dog en de Old English Bulldog, en hij heeft zeker iets van een Terriër in zich. Hij begint steevast zijn gevecht met zijn voorpoten, als een echte bokser. Boxers zijn intelligent, behendig en sterk. Ze behoren tot de zes officiële Duitse gebruikshondenrassen. In België en Nederland zijn ze vooral gezelschaps-hond. In Nederland zijn ze inmiddels bijna uitsluitend te zien met ongecoupeerde, vlak tegen de wangen liggende hangoren.

Boxers staan bekend om het feit dat ze ontzettend goed met kinderen kunnen omgaan. Maar een welopgevoede en goed gesocialiseerde Boxer zal ook in zijn omgang met soortgenoten en andere huisdieren weinig of geen problemen geven. De Boxer zal altijd jouw huis en jouw gezin bewaken, dat is zijn aard, en bekenden van de familie worden onstuimig begroet.

Ze zijn levendig, moedig, vechtlustig, aanhankelijk, lief voor kinderen.
Leer de Boxer al te onstuimig gedrag (het tegen iemand opspringen) af.

Probeer de hond veel lichaamsbeweging te geven, want dat heeft hij nodig. Wanneer de hond is uitgegroeid, kan je hem voorzichtig naast je fiets leren lopen. Boxers zijn dol op spelen en ravotten met soortgenoten, maar ook voor een balspelletje met zijn baasje komt hij graag zijn mand uit.

Komt uit: Duitsland.
Ontstaan in: Rond 1850
Gewicht: 25 – 32 kg
Kleur: Tan, zwart, bruin
Vacht: Kort em hard
Levensverwachting: 12  jaar
Aard:
Intelligent, onbevreesd en sterk.
lief voor kinderen.