Bedlington Terrier

De Bedlington Terriër is genoemd naar een Engelse mijnwerkersstad. Ondanks zijn lief aandoende uiterlijk is hij een pittige, zelfverzekerde en erg moedige hond. Zijn vvoorouders vwerden vgefokt vals jachthonden en ongedierteverdelgers. Ze waren iets kleiner en lichter van bouw dan hun moderne soortgenoten. Misschien is hij een mengeling van de Dandie Dinmont Terriër, de Poedel en de Whippet. Door zijn aantrekkelijk uiterlijk werd hij in ieder geval een populaire gezelschapshond. De Bedlington Terriër paste zich al snel aan dit nieuwe leven aan. Hij is wel nog steeds een echte persoonlijkheid. Van oudsher was hij een ongediertebestrijder en jachthond (onder andere op hazen en vossen), maar nu voornamelijk een gezinshond.

Dit ras gaat in de regel goed om met kinderen. Aan katten en andere huisdieren moet je ze al zeer jong laten wennen. Bedlingtons kunnen over het algemeen redelijk goed met andere honden opschieten, maar laat ze niet in de buurt van dominante honden komen, want als ze eenmaal worden uitgedaagd, zijn ze verschikkelijke vechters.
Ze zijn moedig, een goede vechter en gehoorzaam.

Bedlingtons zijn intellingent en snel van begrip, maar ook een tikje eigenzinnig. Ze reageren goed op je stem, maar zo nu en dan is een correctie op zijn plaats..

De Bedlington Terriër kan enorm hard lopen en erg hoog springen. Dit doet hij ook erg graag. Lopen naast de fiets is een prima manier om deze hond zijn energie kwijt te laten raken.

De beharing is dik, warrelig, wollig en goed van huid afstaand. Op het hoofd en aan de oorpunten is de beharing overvloedig, wit en zijdeachtig.

Komt uit: Goot-Britannië.
Ontstaan in: 18e eeuw
Gewicht: 16 – 20 kg
Kleur: Rood, Wit, Blauw, Bruin, Tan, Zwart
Vacht: Dik, warrelig, wollig en goed van huid afstaand
Levensverwachting: 13 – 14 jaar
Aard: Moedig, zelfverzekerd en speels