Appenzeller Sennenhond

 De oorsprong is onbekend. Misschien stamt hij af van plaatselijke berghonden en dog-achtige vechthonden die zo’n 2000 jaar geleden met Romeinse legioenen en immigranten werden meegevoerd. De krulstaart wijst eventueel op invloeden van Kees-achtigen.

Deze indrukwekkende, stevig op de benen staande veelzijdige hond is al sinds de middeleeuwen de trouwe vriend van herders, boeren en veedrijvers. Hij werd recentelijk zelfs als trekhond gebruikt, maar zijn echte talent ligt in het hoeden van runderen, schapen en geiten. Ook is hij een uitstekende waakhond, die zijn volle gewicht, kracht en stemgeluid inzet om mogelijke rovers te weren. In de 19e eeuw werd dit ras zeldzaam, maar gelukkig werd het behoed voor uitsterven.
Een zeer typische eigenschap van de Appenzeller is een zekere mate van wantrouwen tegenover vreemden. Voor eigen mensen en bekenden absoluut niet. Deze eigenschap maakt dat de Appenzeller niet zonder meer geschikt is voor iedereen.

Komt uit: Zwitserland.
Ontstaan in: Middeleeuwen
Gewicht: 25 – 32 kg
Kleur: Zwart met witte en bruine aftekeningen.
Vacht: Kort, dik en glanzend.
Levensverwachting: 12 – 13 jaar
Aard: Betrouwbaar, onbevreesd, energiek, levendig, zelfverzekerd