Anglo-Français de petite Vénerie

De Anglo-Français de Petite Vénerie werd ontwikkeld voor de jacht op kleiner wild. Het is het resultaat van een directe kruising tussen de Beagle en een aantal kleinere Franse Hounds. Als speur- en meutehonden zijn de Petits voortreffelijk voor de jacht op konijnen, kwartels en fazanten. Deze hond wordt beschouwd als de ‘minst zuivere’ van de Frans-Engelse Hounds en is waarschijnlijk zowel de kleinste als de jongste. Het type staat in feite vast, maar een overvoor-zichtige Fransman typeert hem nog steeds als een ‘Hound-in-ontwikkeling’. Dit is de meest compacte van de Anglo-Françaises en staat qua grootte tussen de Franse en de Engelse Hounds in. De Anglo-Français bestaat in twee grootten. De kleinste is dus de Anglo-Français De Petite Vénerie en de grote is de Grand Anglo-Français.

De honden gaan in een meute een prooi (groot wild) zoeken en deze achtervolgen terwijl ze luidkeels aan de jager(s) laten weten waar het wild zich bevindt. Dergelijke honden hebben een diep geworteld jachtinstinct en een zeer goede neus. Het spreekt voor zich dat deze meutehonden erg goed met soortgenoten om kunnen gaan, maar ook tegen kinderen zijn ze vriendelijk, al kunnen ze wat onstuimig zijn in de omgang. Doordat ze zelfstandig jagen in een groep, onder commando’s van een eigenaar, zijn ze in sterke mate onafhankelijk van karakter, erg sociaal en zeer moedig. Deze honden komen buiten Frankrijk niet veel voor.

Hij is aanhankelijk, vriendelijk, eigenzinnig.
Een aantal van de beste hondenrassen werden gebruikt bij de ontwikkeling van de Anglo-Français. Engels bloed in het bijzonder gaf hem zijn bouw, botstructuur en kracht, terwijl Frans bloed hem een scherpe neus en een krachtige stem gaf. De Anglo-Français is stoer, sterk, snel, moedig en vasthoudend, en is dol op jagen. Hij jaagt op klein en groot wild op elk soort terrein. Hij verlangt een consequente opvoeding.

De Anglo-Français is niet geschikt voor het stadsleven. Ze worden in meutes in kennels gehouden. ze hebben ruimte en beweging nodig. Ze moeten regelmatig worden geborsteld, en er moet geregeld aandacht aan hun oren worden besteed.

Komt uit: Frankrijk.
Ontstaan in: 20e eeuw
Gewicht: 16 – 20 kg
Kleur: Wit, zwart en licht bruin; wit, zwart en bleke tan; wit en oranje
Vacht: Kort, dicht, glad
Levensverwachting: 12  jaar
Aard: Aanhankelijk, vriendelijk, eigenzinnig.