Anatolische Herdershond

 De Anatolische Herdershond is een hondenras uit Turkije. Çoban Köpeği betekent in het Turks niet meer dan herdershondKangal- Çoban Köpeği staat voor een specifiek type van de in Anatolië voorkomende herdershonden.

Over de afkomst van dit ras is veel gespeculeerd, maar is vrijwel niets bekend. De Anatoliër is een berghond, die naar lichaamsbouw eigenlijk ouder aandoet dan de Mesopotamische molossers met korte snuit waarvan men hem soms laat afstammen. De meest voor de hand liggende relatie is die met de berghonden van Centraal-Azië. In Turkije wordt de hond nog wel gebruikt voor zijn oorspronkelijke taak, het bewaken van grote kuddes schapen en geiten.

Het uiterlijk van deze werkende honden vertoont, zoals bij alle echte werkende rassen, grote verschillen. Die verschillen vinden we ook terug bij de sinds de jaren ‘60 naar West-Europa en Noord-Amerika geëxporteerde Anatoliërs. De FCI heeft daarom, in ieder geval wat de vacht betreft, in de standaard ruimte gelaten voor meerdere variëteiten.
In Turkije bestaat er grote belangstelling voor de hond, die zelfs al op Turkse postzegels is afgebeeld.

De voorsnuit is tamelijk vierkant en iets langer dan de schedel. De hond heeft een volledig schaargebit. De schedel is breed en vlak tussen de oren. De ogen zijn niet groot en licht tot donker bruin van kleur. De oogleden sluiten nauw aan. De oren zijn niet groot, driehoekig en hangend, in attente houding iets opgericht.

De nek is sterk en matig lang, de relatief korte rug recht, de lendenen iets gewelfd. De borstkas reikt tot de ellebogen en is licht gewelfd. De buik is opgetrokken. De staart reikt tot de hak, maar komt in attente houding sikkelvormig boven het lichaam.

De ledematen zijn tamelijk lang, sterk maar niet overmatig gespierd. De hoeking is normaal, de beweging regelmatig en soepel.

De vacht is kort tot halflang met een dikke ondervacht. Alleen beige vacht is toegestaan, met soms een witte borst. Neus en oogleden zijn zwart. Heeft vaak één extra teen op de achterpoten.

De Anatoliër is een oorspronkelijke berghond, gewend om ’s zomers en ’s winters buiten bij de kudde te verblijven en daar zelfstandig over te waken. Hij is rustig, zelfbewust en terughoudend. Maar ook weinig speels, beperkt opvoedbaar en daarom niet makkelijk te houden. De socialisatie eist vanaf zeer jeugdige leeftijd veel aandacht.

Komt uit: Turkije.
Ontstaan in: Middeleeuwen
Gewicht: 41 – 64 kg
Kleur: Rood, bruin, wit, crème
Vacht: Korte vacht
Levensverwachting: 10 – 11 jaar
Aard: Moedig, krachtig en robuust.