Affenpinscher

 De Affenpinscher is een zeer oud ras. Het ras werd in de vijftiende en in het begin van de 16e eeuw verschillende keren door de kunstenaars Jan van Eyck en Albrecht Durer geportretteerd In het Duitse Stam- boek werd in de laatste decennia van de 19e eeuw onder de naam Affenpinscher een samenvatting gegeven van de kort-, de lang- en de ruwharige dwergpinscher.Pas in 1896 werd het ras opgedeeld in Affenpinschers en kortharige dwergpinschers. In de oor-spronkelijke rasbeschrijving werd de Affenpinscher beschreven als een kleine duivel vol gif en gal, en daarmee werd bedoeld dat het een kleine duivel was tegen iedereen die hij niet kende. Misschien was dat toen het geval, tegenwoordig is hij beduidend socialer, een goede waakhond en een gezellige hond, die zich sterk aan zijn eigen mensen hecht.

Affenpinschers gaan goed om met kinderen, en ook met soortgenoten en andere huisdieren kunnen zij goed overweg.
Krijg je onbekend bezoek, dan kijkt de Affenpinscher eerst de kat uit de boom.
Ze zijn vurig, driftig, fel tegen vreemden, zeer aanhankelijk.
Affenpinschers leren redelijk snel commando’s. Je moet wel altijd consequent en duidelijk blijven.

Affenpinschers zijn zeer tevreden wanneer je driemaal daags een blokje met ze om gaat.
Natuurlijk houdt hij ook van een spelletje.
De beharing is hard, min of meer lang, dit vooral aan hoofd en benen.

Mocht het nodig zijn dan moet de Affenpinscher geplukt worden. Dit kan het best in een trimsalon gedaan worden, maar je kunt het natuurlijk ook zelf leren. De vacht mag nooit geschoren worden, want dit verpest de vacht voor jaren.

Komt uit: Duitsland
Ontstaan in: 17e eeuw
Gewicht: 3 – 3,5 kg
Kleur: Zwart, Tan, Zilver, Grijs, Rood, Belge
Vacht: Dicht, ruig haar
Levensverwachting: 14 – 15 jaar
Aard: Eigenwijs, Nieuwsgierig, Speels, Adventurous, Actief, Fun-loving